Mijlpaal 2

Mijlpaal 2: Relatievorming en betrokkenheid

Beschrijving: Het kind kent zijn omgeving al veel beter en weet wie zijn belangrijkste verzorgers zijn: zijn ouders. Hij ontwikkelt een relatie met zijn ouders en weet dat hij ben hen terecht kan als er iets is. Het kind doet een beroep op zijn ouders. Het kind wil betrokken worden in het gezin en laat van zich horen als hij geen aandacht krijgt. Het kind gaat een sociale relatie aan, wat belangrijk is voor het ontwikkelen van taal en communicatie.

Een vraag die we onszelf kunnen stellen: Hoe gemakkelijk is het kind te betrekken?

Als het kind nog moeilijk te betrekken is, moet de ouder hard werken om contact te krijgen met het kind, we noemen dit ook wel het ‘sweat level’.

Checklist

  • Je roept je kind, en het kind reageert (heen en weer communicatie begint).
  • Kiekeboespel is favoriet.
  • Je zit als ouder nog vaak in het ‘sweat level’.
  • Soms is het lastig je kind te volgen, maar het lukt.
  • Soms is het kind nog moeilijk te betrekken.

Wat je als ouder kunt doen:

  • Het kind heeft plezier met jou. Bijvoorbeeld wanneer het kind glimlacht, richt hij zich op het gezicht van de ander. Er is contact.
  • Door je aanwezigheid, wil het kind meer en meer bij je zijn. Probeer zoveel mogelijk samen te doen, en aan te sluiten bij wat je kind aan het doen is. Stel nog geen vragen.
  • Het kind voelt zich op zijn gemak bij zijn ouders en voelt zich vrij zijn emoties te laten zien. Het kind kan in contact blijven met zijn ouder, ook als hij boos of verdrietig is. Je kunt als ouder vertellen dat je kind verdrietig is, als hij huilt (verwoorden wat je ziet).
  • De ouder weet hoe hij zijn kind kan prikkelen, en hoe hij zijn kind kan betrekken in de communicatie en in het contact.

Doelen voor het kind:

  • De relatie tussen ouder en kind wordt steviger.
  • Het kind laat betrokkenheid zien tijdens wederkerige sociale interactie met zijn ouders, die plezier en enthousiasme laten zien.
  • Als het kind geërgerd is en protesteert zal hij zich blijven inspannen om in contact te blijven met zijn ouders.
  • De communicatiecirkels (heen en weer communicatie) nemen toe en de betrokkenheid wordt groter.
  • Het kind zal aanhoudende betrokkenheid laten zien in bijzijn van een ander kind en/of de ouder.

Het kind zal aanhoudende betrokkenheid laten zien tijdens groepsinteracties.