Mijlpaal 3

Mijlpaal 3: Wederkerige doelgerichte communicatie

 

Beschrijving: Het kind is nu vaker rustig en kalm, reageert op zijn ouders en begint al een beetje te praten. Het kind komt soms naar de ouder toe om iets te vertellen, of iets duidelijk te maken. Hij neemt initiatieven en de ouder gaat reageren. De eerste heen-en weer communicatie komt op gang; het kind en de ouder raken in dialoog. Deze dialogen worden ook wel communicatiecirkels genoemd. Wanneer een kind contact met een ouder zoekt – door oogcontact te maken bijvoorbeeld – opent hij de cirkel. Als de ouder reageert – door terug te kijken – bouwt die voort op de handeling van het kind. Reageert het kind op zijn beurt weer op de ouder – door te glimlachten, een geluidje maken of zelfs door zich af te wenden – dan sluit hij de cirkel.

Een vraag die we onszelf kunnen stellen: neemt het kind initiatieven?

Checklist

  • Het kind opent en sluit 6 tot 10 cirkels.
  • Je kunt de communicatiecirkels nog prima tellen, er zijn steeds korte fragmenten.
  • We willen een interactief kind (het kind wil je niet alleen laten).
  • We kunnen soms wachten (‘wait’- level), want het kind komt weer naar je toe!
  • Het kind begint bepaalde routines te begrijpen.
  • De eerste woordjes/klanken ontwikkelen zich.

Wat je als ouder kunt doen:

  • Probeer je kind te volgen en te benoemen wat je ziet of wat je kind doet. Stel nog niet te veel vragen, maar probeer wel met taal het kind uit te dagen om in interactie te gaan. Bijvoorbeeld: ’o,.je pakt de blokken, hup allemaal in de bak. En nog één, en nog één…’
  • Ga van korte scenes (fragmentarisch) naar een flow van communicatie. In de flow van communicatie lukt het niet meer om te communicatiecirkels te tellen.
  • Laat het kind zoveel mogelijk initiatieven nemen in de communicatie. Het kind is de regisseur, de ouder is de co-regisseur. Jij als ouder begeleid het spel, maar je kind neemt de leiding.

Doelen voor het kind

  1. Het kind communiceert in een wederkerige interactie, waarin hij gezichtsexpressies, geluiden en andere gebaren gebruikt.
  2. Het kind neemt initiatieven (opent een cirkel) en aan te geven wat hij wil. Hij sluit de cirkel weer door op de reactie van de volwassene te reageren.
  3. Het kind blijft reageren, ook als de ouder soms een moeilijkheid inbouwt.
  4. Het kind gaat meer en meer imiteren.
  5. Het kind gaat reiken, pakken, duwen en wijzen gebruiken om te communiceren.
  6. Het kind communiceert ook via zijn emoties. Dat wil zeggen: hij wordt boos, verdrietig of blij om te laten merken wat hij ervan vindt.
  7. Op allerlei gebied (bijv. bij leerspelletjes, begrijpen van taal, bewegingsspelletjes) maakt hij meer en meer communicatiecirkels.
  8. De communicatie breidt zich uit naar anderen, broertjes of zusjes, andere kinderen en de omgeving.