Mijlpaal 6

Mijlpaal 6: Differentiatie in het voorstellend vermogen

Beschrijving: Tijdens deze mijlpaal, bouwt het kind verder voort op het doen-alsof spel door verbindingen te maken tussen het ene idee, naar het andere idee. Het zogeheten bruggen slaan of bruggen bouwen tussen ideeën. Ideeën worden logische reeksen en toneelstukjes aaneen gevoegd. En ook in de fantasie zit meer logisch verband. In deze fase voegt het kind de stukken aan elkaar tot gevoelsmatig denken. Zo kan het kind ‘vadertje en moedertje’ spelen en dit toneelstukje met verschillende ideeën uitbreiden. Daarnaast kan het kind reflecteren en begrijpen wat de perspectieven van anderen zijn (empathie ontwikkelt zich). Daarnaast valt het op dat het kind in staat is zelf regels en spelletjes te bedenken.

Checklist:

  • Het kind praat in zinnen.
  • ‘Waarom’- vragen worden gesteld of kunnen gesteld worden.
  • Het kind gaat van de een scene naar de andere scene in het doen-alsof spel.
  • Het kind herkent relaties tussen gevoelens en gedrag.
  • Het kind kan twee thema’s uitspelen in het doen-alsof spel.
  • Spel met andere kinderen is belangrijk voor het kind.
  • Het kind kan eenvoudige gesprekken voeren.

Wat je als ouder kunt doen:

  • Daag je kind uit om zijn ideeën te verbinden met die van jou, door zijn mening te bevragen: Bijvoorbeeld: ‘tijd om naar school te gaan’, kind zegt: ‘ik wil niet’, waarom niet?, kind: ‘ik ben ziek’.
  • Moedig je kind aan om betrokken te zijn bij doen-alsof spel met andere kinderen en andere volwassenen waarbij een soort toneelstukje, of scene wordt gespeeld. In deze scene zit duidelijk een begin, midden en een eind, waarbij alles logisch in elkaar overloopt.
  • Stimuleer het gebruik van doen-alsof spel, woorden, emoties in doen-alsof spel.
  • Ga gesprekjes aan met een duidelijk oorzaak-gevolg situatie.
  • Daag je kind uit om verschillende emoties in het spel uit te spelen. Bijvoorbeeld: Ik voel mij super fijn als ik trots op mijzelf ben. Identificeer de relaties tussen gevoelens, gedachten en gedrag.
  • Uitbreiden van verschillende en subtiele gevoelens, bijvoorbeeld: eenzaam zijn, verdrietig zijn, teleurgesteld, frustratie etc.

Doelen voor het kind

  • Het kind kan dialogen aan gaan met de ouder.
  • Het kind stelt allerlei vragen, en kan vragen beantwoorden. Dit zijn vragen m.b.t. ‘waarom’, ‘waar’, ‘wanneer’.
  • Het kind bedenkt een spel, maakt keuzes in het spel of praat over het spel (de regelaar: als jij moeder bent, dan ben ik vader en is hij de baby, goed?).
  • Het kind heeft allerlei ideeën in zijn hoofd en speelt dit uit in het spel.
  • Het kind creëert speelscènes met bijvoorbeeld Playmobil, waarbij duidelijk een verhaallijn te ontdekken is.
  • Het kind heeft steeds meer een mening, die hij probeert in te brengen (maar mama…ik wil …, omdat….).
  • Het kind herkent complexe situaties zoals conflicten die hij ziet, en reageert hier adequaat op.
  • Het kind gaat abstract denken en herkent symbolen.
  • Het kind herkent sterktes en zwaktes van zichzelf en anderen.