Vaders, moeders, opa’s en oma’s spelen al eeuwenlang met vingers en handen en met woorden met rijm en klank. Iedereen kent wel voorbeelden als ‘schuitje varen, theetje drinken’ en ‘naar bed zei duimelot’.

Met heel jonge kinderen zing je (slaap) liedjes of zeg je versje op waarbij het kind zijn hele lijf mee kan laten bewegen zoals bij ‘slaap kindje slaap’. Naarmate het kind ouder is kun je spelletjes aanbieden waarbij de fijne motoriek verder ontwikkeld moet zijn. Dit zijn vingerversjes waarbij de vingers de inhoud van het versje ondersteunen. Vingers kunnen hierbij wandelen, springen, buigen en de kinderen aanraken. Dit geeft een samenhorigheidsgevoel en je creëert een veilige plek voor kinderen.

Als een versje vaak herhaald is en het is vertrouwd geworden voor het kind, kun je het gaan uitbreiden. Je gaat dan van het bekende naar het onbekende. Hiermee geef je het kind de mogelijkheid nieuwe taal aan te leren.

Duimelot

Beeld dit versje bij het opzeggen uit. De vingers kunnen opgemaakt worden met gezichtjes. Naar bed, naar bed zei Duimelot (duim op en neer buigen) Eerst nog wat eten, zei Likkepot (wijsvinger op en neer buigen) Waar zal ik het halen, zei Lange Jaap (middelvinger op en neer buigen) In grootmoeders kastje, zei Ringeling (ringvinger op en neer buigen) Dan zal ik ‘t verklappen, zei ‘t Kleine Ding (pink op en neer buigen)

‘Nu is dit duimelotje moe en wil gaan slapen. Zullen we hem naar bed brengen?’

Veel versjes waar een verrassingseffect in zit, zijn geschikt voor heel jonge maar ook voor oudere kinderen. De verrassing kan in de bewegingen zitten, bijvoorbeeld:

Kaboutertjes

Tien kleine kaboutertjes die lopen heen en weer (10 vingers lopen van links naar rechts) Tien kleine kaboutertjes die zien elkaar steeds weer (twee handen met uitgestrekte vinger naar elkaar toe draaien) Tien kleine kaboutertjes die dansen in het rond (twee handen met uitgestoken vingers draaien rond) Tien kleine kaboutertjes die houden stil hun mond (vingers sluiten op duim) Tien kleine kaboutertjes zeg, zijn allemaal weg (handen snel op de rug)

Maar de verrassing kan ook in de taal zitten. De kabouters kunnen omgetoverd worden in poppen, kinderen, katten, vogels en nog veel meer. De bewegingen die deze figuren maken zijn ook alle anders; katten sluipen, kinderen huppelen, vogels vliegen.